Het begon met een knallende ruzie met mijn echtgenoot.
Ik voelde mijn onmacht, mijn radeloosheid, mijn niet-weten, mijn boosheid.
Het is weer juni en voor mij de moeilijkste periode van het jaar.
Het is examentijd.

Het land studeert.
Het land stopt even.
Ik probeer mijn externe activiteiten zoveel mogelijk te annuleren om bij hen te zijn.
Heel mijn leven draait even enkel om de kinderen.
Ze mogen niet vallen, ze mogen niet falen.
Ik wil ze met alles wat ik in me heb behoeden voor dit falen, hen beschermen.
Het draait om scoren, de punten. Zo voelt het voor mij.
Er wordt even niet gekeken naar wie ze zijn, naar de fijne mensen in wording, maar naar wat ze presteren. De punten.

Ik merk dat ik in een kramp schiet en zorg moet dragen voor mezelf.

Ik zie mijn zoon die niet kan beginnen aan het leren van zijn biologie-examen.
De cursus is dik, te dik: het spierstelsel, het zenuwstelsel… De leerkracht heeft bijna geen toetsen gegeven afgelopen periode, dus de leerstof is nog nieuw.

‘Zullen we er samen eens naar kijken Tomas?’
‘Wat weet jij nou van biologie?’ zegt hij afwijzend.
‘Samen weten we misschien meer, en als we blokkeren kunnen we altijd samen naar oplossingen zoeken.’
Hij heeft geen zin om met zijn moeder samen te zitten.
Hij is al 16 en kan het wel alleen.

Schorrend en morrend staat hij toe. Ik voel zijn weerstand.
We gaan samen aan tafel zitten, tas thee erbij, groot stuk chocolade.
De zon schijnt, het is warm buiten.

Samen bekijken we de cursus. De helft van de pagina’s is niet ingevuld, pagina’s ontbreken of steken op verkeerde plaatsen in de cursus…
Ik zoek met hem de structuur in de lesstof.
Het ijs breekt, hij is mee!
Ik zie dat de mayonaise pakt.
We lachen samen, de sfeer ontspant.
Op de computer maakt hij een fraaie samenvatting.
We lachen om de voortplantingsorganen, het gaat vooruit.

Stiekem geniet ik van het samenzijn met deze grote zoon die inmiddels een kop groter is dan ik.
Ik sta verbaasd van zijn capaciteiten, zijn mogelijkheid om te reflecteren, zijn kritisch naar de wereld kijken, zijn ambitie, zijn enthousiasme.
Wat is hij ineens groot geworden!

Ik besef dat hij in de juiste studierichting zit en wil hem helpen lukken.
Ik voel een positieve dynamiek in mezelf opkomen om hem door dit examen heen te helpen.
De frustratie tegen het systeem, tegen ‘de’ examens is gaan liggen en maakt plaats voor empathie, medeleven, meeleven.
Het wordt haalbaarder, vooral voor mezelf.
Ik zie een zoon die dit aankan, weliswaar met een beetje sturing, maar het zal lukken.
Ik voel mijn vertrouwen in hem dat dit goed komt.

Om 17 uur stoppen we. Het is goed geweest voor vandaag.
Hij ruimt alles op, geeft me een dikke knuffel als dank en gaat al fluitend het huis uit om te gaan basketballen.

Het was een heerlijke dag!

PRH, persoonlijke groei, opvoeding, ouders, kinderen